Experimenteren in overheidscontext
Tussen ambitie en uitvoerbaarheid
Een proof of concept (POC) is geen belofte, maar een verkenning
| door Nido. 12 juni 2025 🕗 7 min.
We spreken met Yoeri Conickx van Two Point O, samen met Humix twee keer geselecteerd in een challenge van Nido. Daags na het on hold zetten van hun project met FIRM, blikt hij scherp en genuanceerd terug. Geen evidente timing voor een gesprek over experimenteren met de overheid. Of net wel?

“We weten nog niet wat er met het project zal gebeuren,” opent Yoeri. “Maar misschien is dat net hét moment om stil te staan bij wat werkt – en wat niet – als je met overheidsorganisaties wil experimenteren.”
Wat liep er mis? Wat hadden we anders kunnen aanpakken?
Yoeri: We botsen nog te vaak op een fundamenteel onbegrip over wat een experiment eigenlijk is. Veel mensen denken bij een POC (proof of concept) onmiddellijk aan opschaling en impact, terwijl dat net de zaken zijn die je eerst moet onderzoeken. Een POC moet duidelijk maken welke voorwaarden er nodig zijn om iets mogelijk te maken, welke risico’s je moet ondervangen, en of de oplossing in de praktijk wel haalbaar is. Het is een verkenning, geen eindpunt. Wat wij geleerd hebben, is dat je die verwachtingen écht van bij de start moet afstemmen. Niet alleen bij je directe partners, maar ook bij andere betrokken partijen.
Betrek iedereen die impact kan ondervinden van bij het begin, of beperk je scope.
Bij het project met FIRM hadden we die afstemming wel gedaan, maar niet breed genoeg. FIRM was nochtans echt bereid om te experimenteren en de resultaten af te wachten. Dat maakte het des te belangrijker om voldoende afstemming te hebben met alle betrokkenen, zeker als je wil dat ook zij mee experimenteren. Andere stakeholders hadden gevoeligheden waar we onvoldoende rekening mee hebben gehouden. Misschien dachten we te snel: ‘het is maar een experiment’. Maar voor sommige organisaties ligt dat veel gevoeliger. Dat is een les die we meenemen naar de toekomst: betrek iedereen die impact kan ondervinden van bij het begin, of beperk je scope.
Hoe beïnvloedt de overheidscontext de aanpak van een experiment?

Yoeri: De context van de overheid maakt het extra complex. Er is vaak een grote schrik voor hoe iets overkomt naar de buitenwereld. En dat is begrijpelijk, zeker in een gevoelig domein. Maar tegelijk zit daar ook een rem op het leren. Want net door te communiceren over wat we geleerd hebben – ook als het niet perfect loopt – geef je anderen de kans om mee te evolueren.
We moeten durven erkennen dat niet alles meteen lukt. In plaats van al te denken aan het einddoel, moeten we tijd nemen om te testen en bij te sturen. Ik gebruik vaak het beeld: “We bouwen al een garage voor een Rolls-Royce, terwijl we nog maar een fiets hebben.” Laat ons eerst gewoon beginnen trappen, kijken of de beweging goed zit, en dan pas nadenken over wat er nodig is voor de volgende stap.
We bouwen vaak al een garage voor een Rolls-Royce, terwijl we nog maar een fiets hebben.
Waarom blijven jullie meedoen aan challenges?

Yoeri: Omdat het voor ons ook experimenten zijn. We leren uit elk traject. We worden uitgedaagd om maatschappelijke vragen te benaderen vanuit onze eigen expertise. Samen met Humix combineren we UX en technologie. We willen geen leverancier zijn die gewoon uitvoert, maar een partner die meedenkt over de kern van het probleem.
En eerlijk: de samenwerking met Nido voelt echt anders dan klassieke overheidsopdrachten. Het is geen profiel zoeken, maar een gedeelde zoektocht naar een oplossing. Dat maakt het interessanter, inhoudelijker en waardevoller. Zeker ook omdat we bij elke challenge proberen te kijken: wat kunnen we hieruit meenemen naar andere contexten?
We willen meedenken, niet louter opdagen met een offerte.
Hoe was het om effectief deel te nemen?
Yoeri: Bij RVA hebben we een lang traject doorlopen. Er waren meerdere stappen, veel overlegmomenten. Financieel was dat niet rendabel, maar inhoudelijk wel. We hebben veel geleerd over hoe de overheid werkt, wat de drempels zijn, hoe je daar constructief mee omgaat. En we hebben ook iets kunnen neerleggen waar we trots op zijn. Bij FIRM ging het sneller, directer, maar ook daar was het leerproces groot. Het criterium voor ons blijft: leren we hier iets uit? En kunnen we die kennis ergens anders inzetten? Als dat zo is, dan doen we graag mee. En dat hoeft niet altijd met een commercieel oogpunt te zijn. Leren, netwerken, cocreëren – dat zijn de echte waarden.
Wat maakt samenwerken met publieke organisaties interessant?
Yoeri: Als er een klik is, ontstaat er iets moois. We willen niet gezien worden als externen die een klus komen klaren. We willen meedenken, meebouwen. Bij FIRM en RVA voelden we dat one team-gevoel. Er was openheid, wederzijds vertrouwen, en regelmatige afstemming. Dat zorgt ervoor dat je als partner ook risico durft nemen. Je staat er niet alleen voor.
Je mag falen, maar niet zonder te leren.

En dat gevoel is cruciaal, zeker in een experimentele context. Want experimenteren betekent ook: durven falen. Maar als je weet dat je samenwerkt met mensen die echt willen leren en vooruitgaan, dan geeft dat vertrouwen. Dat maakt het werk niet alleen beter, maar ook plezanter.
Wat is er nodig voor succesvolle experimenten?
Yoeri: Heldere afspraken. En engagement. Je moet bij de start afspreken wat er gebeurt als het werkt. Is er dan budget voor opschaling? Gaan we verder onderzoeken? Komt er een implementatietraject? Als die dingen niet op voorhand benoemd zijn, dan wordt het vrijblijvend. En dan is het risico groot dat zelfs succesvolle oplossingen in een lade belanden. Denk aan een soort innovatiefonds dat projecten die een POC doorlopen hebben, mee kan ondersteunen. Zo'n incentive werkt stimulerend voor alle partijen. Je moet de sprong durven voorbereiden, zelfs als je nog niet weet of je hem gaat nemen.
Samen experimenteren vraagt vertrouwen, cocreatie en het lef om het onbekende in te stappen.
Waarom zouden andere bedrijven meedoen?
Yoeri: Je wordt er niet rijk van, laat dat duidelijk zijn. Maar je wint op andere vlakken. Je leert bij, je bouwt aan je netwerk, je scherpt je eigen denkkracht aan. Voor bedrijven die zichzelf willen blijven uitdagen, zijn deze trajecten goud waard. Je krijgt een concrete vraag, vaak maatschappelijk relevant, en je mag meedenken over een innovatieve oplossing. Wat je leert, kan je daarna ook elders inzetten. Het is investeren in jezelf, in relaties, in kennisopbouw. En uiteindelijk ook in impact. Want de vragen die we hier proberen op te lossen, zijn universeel. Daar zit de echte waarde.

In dit interview deelt Yoeri Conickx (Two Point O) scherpe inzichten over samenwerken met de overheid via experimenten en POC’s.
Hij pleit voor realisme: een proof of concept is géén garantie op implementatie, maar een kans om samen te leren en verkennen. Goede afspraken, betrokkenheid van alle partners en een open houding zijn essentieel. En: zelfs als een project op pauze staat, levert het waardevolle lessen op.