Een innoverende overheid kijkt naar de toekomst

In Let’s Talk Innovation delen experts, beleidsmakers en innovators hun visie en inzichten over innovatie. Ontdek inspirerende gesprekken over trends, uitdagingen en baanbrekende oplossingen die de toekomst van de publieke sector vormgeven.
Een innoverende overheid kijkt naar de toekomst
| door Nido. 14 juni 2024
Vandaag hebben we een afspraak met Geert De Poorter, Voorzitter van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO). Geert verwelkomt ons met open armen in zijn stijlvolle kantoor bij het Zuidstation. Met zichtbaar enthousiasme vertelt hij over zijn geïntegreerd managementsysteem en de prestigieuze accreditaties die zijn organisatie heeft behaald. Hij legt uit hoe deze systemen bijdragen aan gelijkwaardigheid, continuïteit en kwaliteit binnen zijn organisatie.
In dit interview onthult Geert waarom synergieën zo belangrijk voor hem zijn, en hoe trendspotting helpt om te anticiperen op veranderingen. Naast het delen van zijn inzichten over het evalueren van beleid om innovatieve ideeën te kunnen beoordelen, benadrukt Geert dat een goede crisis niet alleen om voorzichtigheid vraagt, maar ook om investeren in innovatie en creativiteit. Never waste a good crisis!
Ontdek hoe Geert De Poorter zijn visie en strategieën toepast om zijn organisatie te laten groeien en bloeien, zelfs in uitdagende tijden.

Wat is innovatie voor jou?
Geert: Innovatie wordt door zeer veel mensen en organisaties weergegeven als de drang om te vernieuwen. En die drang moet er absoluut zijn, anders gaat de wereld niet vooruit. Innovatie is van alle tijden. Het is inherent aan wie en wat we zijn, en we zijn continu aan het innoveren. Want als je niet innoveert, dan ga je achteruit.
Innovatie is inherent aan het mens zijn; als je niet innoveert, ga je achteruit.
Wat zijn de drijvende krachten voor innovatie in de publieke sector?
Geert: Ik denk dat de samenleving zelf een grote drijvende kracht is. Mensen worden steeds mondiger en verwachten een veilige en gezonde omgeving. Ze willen dat de overheid de voorwaarden schept waarbinnen zij kunnen leven, werken en ondernemen. Hoe minder administratie, hoe beter. Het toekennen van premies, uitkeringen en tegemoetkomingen waarop mensen recht hebben is de uitdaging bij uitstek. Daar zijn we spijtig genoeg nog ver vanaf. We leven in een maatschappij waarin het mattheuseffect nog volop speelt: zij die intelligent genoeg zijn, weten hoe ze hun weg moeten vinden in de administratie, maar de mensen die het echt nodig hebben, lopen verloren.
Wat zijn volgens jou obstakels voor innovatie binnen de publieke sector?
Geert: Als je wilt innoveren, moet je eerst investeren. Dit is vaak een groot probleem voor veel overheden omdat er niet genoeg geld is om te innoveren en te investeren in nieuwe technologieën.
De publieke sector loopt altijd achter op de privésector. Dat moeten we aanpakken.
De publieke sector loopt ook altijd achter op de privésector, vooral op het gebied van innovatie en regelgeving. Er is onlangs een heel goede uitzending “Het digitale dilemma” geweest op Canvas over het digitale tijdperk, waarin een vergelijking werd gemaakt tussen de ontwikkelingen in Amerika en Europa. In Amerika is er weinig reglementering omtrent nieuwe technologieën, terwijl Europa probeert deze technologieën te kaderen en wetgeving te maken. Ik denk dat de Europese aanpak toch wel de beste is.
Maar we moeten nog veel inhalen, vooral op het gebied van AI. Binnen het college van voorzitters hebben we een werkgroep opgericht om toepassingen van AI binnen de federale overheid te onderzoeken. Maar dat gaat langzaam, ook omdat er naar mijn mening nog te weinig samenwerking is tussen administraties.

Ik pleit voor een meer proactieve aanpak om de kloof te dichten. We moeten innovatie stimuleren en technologische oplossingen zoveel mogelijk gebruiken, maar we moeten ook wetgeving inschakelen om het slechte gebruik ervan in te perken of op zijn minst te managen. Er zijn veel obstakels, zoals de GDPR, die al te vaak wordt gebruikt om samenwerking te blokkeren in plaats van te bevorderen.
Het is essentieel dat we deze barrières aanpakken en meer synergieën creëren binnen de verschillende overheidsdiensten om echt vooruitgang te boeken.
We moeten technologie zoveel mogelijk gebruiken, maar ook wetgeving inschakelen om slecht gebruik ervan in te perken.
Waar moet de publieke sector staan op lange termijn?
Geert: Als we kijken naar Finland en andere Scandinavische landen, dan zien we dat ze heel gericht nadenken over de lange termijn. Ze hebben zelfs speciale departementen die zich bezighouden met toekomstverkenning. Deze departementen denken na over waar ze over 30, 50 of zelfs 70 jaar willen staan. Vervolgens werken ze dan terug en kijken ze of de innovaties van vandaag passen in die toekomstvisie.
Bij ons in België ontbreekt zo’n langetermijnvisie vaak. We zijn meestal bezig met de problemen van vandaag en hebben weinig oog voor wat er in de toekomst nodig zal zijn. Hierdoor missen we soms de kans om echt vooruit te denken en structurele veranderingen door te voeren die ons land op lange termijn ten goede zouden komen. Natuurlijk is het niet allemaal rozegeur en maneschijn in Scandinavië. Doordat ze zo sterk focussen op de toekomst en inclusiviteit, verliezen ze soms wat creativiteit. Hun benadering kan leiden tot een soort eenheidsworst, zoals je ziet aan de gebouwen in Helsinki, die wel doordacht zijn, maar ook emotieloos.
Toch kunnen we veel leren van hun aanpak. We moeten niet alleen reageren op de uitdagingen van vandaag, maar ook proactief plannen maken voor de toekomst. Dit vraagt om een cultuuromslag en een serieuze inzet op langetermijnplanning.
Je moet eerst investeren in innovatie voordat je er rendement uit kunt halen, en dit geldt voor alles.
We moeten dus meer aan trendspotting en toekomstverkenning doen?
Geert: De dingen veranderen zo snel dat we soms moeite hebben om bij te blijven met wat er allemaal mogelijk is. Ik pleit er daarom voor dat er binnen een federale overheidsdienst of een onderzoekscentrum een teamkomt dat zich bezighoudt met trendspotting voor onze overheid. Nu worden we vaak toevallig geïnformeerd over nieuwe trends en dat is niet efficiënt.

Daarom denk ik dat een team de taak zou moeten hebben om deze wereldwijde trends te volgen en ons ondersteunen om te kijken hoe we onze wetgeving daarop kunnen afstemmen. We moeten echt inzetten op trendspotting om niet continu achter de feiten aan te lopen en op toekomstverkenning om te werken aan een betere toekomst. Innovatie kan namelijk ook voor anderedoeleinden worden gebruikt.
Kijk naar de oorlogen in Israël, Oekraïne, Rusland. De nieuwste technologieën worden daar nu getest. Dat is het spijtige aan innovatie: het wordt niet alleen voor goede dingen gebruikt.
Wat is er volgens jou dan vooral nodig om innovatief aan de slag te gaan?
Geert: Innovatie in de publieke sector begint allemaal met de wil om samen te werken. We hebben de neiging om steeds verder uit elkaar te groeien, wat samenwerking moeilijker maakt. Daarom moeten topambtenaren zelf het initiatief nemen om synergieën, samenwerkingsverbanden te creëren. Ik doe dat bijvoorbeeld heel intensief samen met mijn collega Peter Samyn van de FOD Sociale Zekerheid. We zoeken voortdurend naar manieren om onze organisaties efficiënter te maken en kosten te besparen. Dit kan omdat we vergelijkbare bevoegdheden hebben, we naar onze mening te klein zijn om alles alleen te doen en omdat de samenwerking gewoon goed klikt tussen ons.
Innovatie in de publieke sector begint allemaal met de wil om samen te werken.
Binnen het college van voorzitters delen we al besparingen en profiteren we samen van kortingen. Dit soort samenwerking moet de norm worden in plaats van de uitzondering. We moeten ook overwegen om samen te investeren in innovatie.
Wat zou helpen om innovatie in de overheid te versnellen?
Geert: Het is essentieel dat we structurele beleidsevaluatie doen. In onze opdracht staat dat we aan beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie moeten doen, maar dat laatste komt er vaak niet van. De cultuur van evalueren ontbreekt en de politici hebben er ook niet altijd oog voor. Maar als we dat op een wetenschappelijk onderbouwde manier zouden kunnen doen, dan zou ons innovatieproces aanzienlijk versnellen. We kunnen dan duidelijk zien wat werkt en wat niet in onze maatschappij.
Er worden veel maatregelen genomen, vooral in het arbeidsmarktbeleid, maar niemand kijkt echt naar de effecten daarvan. Beleidsevaluatie zoals in andere landen is cruciaal. Helaas gebeurt dat in België veel te weinig, meestal fragmentarisch door het planbureau, de nationale bank of universiteiten. Als we dit structureel zouden aanpakken, kunnen we leren van wat goed was, wat niet, en hoe we moeten bijsturen.

Geert is een overheidsmanager die via een geïntegreerd managementsysteem en accreditaties streeft naar een excellente organisatie. Om in deze turbulente tijden innovatiever te worden, moet de overheid investeren in innovatie en synergieën zoeken. Die mindset van versterkt partnerschap moet verder groeien binnen de overheid.
Onzekerheid beheersen doe je door te anticiperen. Daarom is het belangrijk om trends te volgen en aan toekomstverkenning te doen. Door de impact van ons beleid te meten, kunnen we leren wat werkt en wat niet.