Na de innovatieprijs werd het stil


In Let’s Talk Innovation delen experts, beleidsmakers en innovators hun visie en inzichten over innovatie. Ontdek inspirerende gesprekken over trends, uitdagingen en baanbrekende oplossingen die de toekomst van de publieke sector vormgeven.


We wonnen de eerste federale innovatieprijs. En daarna werd het stil.

| door Nido. 14 april 2026

Maak kennis met Jan Mathu, winnaar van de allereerste federale innovatieprijs, over wat er écht nodig is om innovatie te laten landen.

Jan Mathu en Saartje Van Wambeke met hun trofee op “Mission Possible”, de eerste officieuze Federale Innovatie Award. Een bekroond idee dat zijn tijd vooruit was.
We dachten: nu barst alles los.

Jan Mathu herinnert het zich nog levendig. Hij en collega Saartje Van Wambeke hadden net de allereerste federale innovatieprijs gewonnen met een project dat zijn tijd ver vooruit was: satellietkantoren voor federale ambtenaren. Werkplekken dichter bij huis en bij stations, als alternatief voor de dagelijkse pendel naar Brussel.

De managers hadden massaal voor hun idee gestemd. Het applaus was luid. De verwachtingen hoog.  En daarna? “Daarna gebeurde er eigenlijk niets.”

Wat volgt is geen klassiek succesverhaal. Wel een eerlijk en inspirerend relaas over intrapreneurship, timing en de vraag wat innovatie écht nodig heeft om te slagen.

Een idee dat zijn tijd vooruit was

Het is 2011. In het Thermae Palace in Oostende verzamelt de top van de federale overheid voor een bijzondere avond: de uitreiking van wat later de Federale Innovatie Award zou worden. De wedstrijd draagt de veelzeggende naam “Mission Possible”. Vijf projecten mogen hun idee pitchen. De managers stemmen live.

Jan en Saartje staan er met een concept dat op dat moment ronduit vernieuwend is: satellietkantoren. Werkplekken verspreid over het land waar ambtenaren kunnen werken zonder elke dag naar Brussel te pendelen. Telewerk avant la lettre.

“Wifi was toen nog helemaal niet ingeburgerd,” vertelt Jan. “Maar we zagen dat telewerk eraan zat te komen. Satellietkantoren leken ons een logische tussenstap.”

Dit is het begin. Nu gaat het echt gebeuren.

Het idee is grondig onderbouwd. Minder reistijd voor medewerkers. Minder kantoorruimte nodig in Brussel. Meer efficiëntie en welzijn. Jan verzamelt via zijn netwerk data en berekeningen over ruimtegebruik en besparingen. Niet altijd via de officiële weg.

Wanneer de stemmen geteld zijn, winnen ze. De eerste federale innovatieprijs is voor hen.

De stilte na het applaus

Na de prijs volgen felicitaties en uitnodigingen. Een eerste vergadering bij FOD Personeel & Organisatie. Opnieuw applaus.

“‘Fantastisch project’, kregen we te horen. En wij dachten: oké, nu komt het. Tijd. Budget. Mensen.”

Maar dat moment komt niet.

Geen middelen. Geen personeel. Geen tijd. Geen proces dat zegt: dit idee is bekroond, nu helpen we het verder.

We kregen een prijs, maar daarna was er niets. Geen vervolg, geen ondersteuning. Terwijl bijna alle managers voor ons project hadden gestemd.

De teleurstelling is groot. Niet omdat het idee tekortschiet, maar omdat er geen structuur is om het vast te pakken en verder te brengen.

Intrapreneurship uit noodzaak

Jan en Saartje weigeren het project te laten sterven. Als de ondersteuning niet komt, zoeken ze die zelf.

Ze kloppen eerst aan bij de Regie der Gebouwen, maar botsen op weerstand. Het project stelt bestaande modellen in vraag en wordt als bedreigend gezien.

De echte doorbraak komt via een onverwachte bondgenoot: de HR-directeur van de FOD Financiën. “Zij hadden veel kantoren. Ik dacht: als we daar kunnen starten, dan hebben we iets.

Zonder groot budget, met veel improvisatie, slagen ze erin om de eerste satellietkantoren op te zetten. Andere FOD’s volgen: Volksgezondheid, Economie, Sociale Zekerheid. Uiteindelijk zijn er een twintigtal locaties.

Maar het blijft trekken en duwen. Budgetten zoeken. Ruimtes onderhandelen. Oplossingen improviseren.

Het had allemaal veel sneller en beter gekund. We verloren onderweg opportuniteiten.

Toch houden ze vol. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat ze overtuigd zijn van het idee.

Te vroeg, en uiteindelijk te laat

Ironisch genoeg haalt de realiteit het project in. Wanneer telewerk echt doorbreekt, kiezen veel medewerkers liever voor thuiswerk dan voor een satellietkantoor.

Tegen 2016, wanneer het initiatief eindelijk meer structureel ondersteund wordt, is het momentum grotendeels voorbij.

Toch verdwijnt het concept nooit volledig. Tijdens de recente energiecrisis worden satellietkantoren opnieuw intensiever gebruikt. Vandaag staat het model opnieuw ter discussie en evolutie is nodig.

Eigenlijk waren we toen al te laat.

Kill your darlings,” zegt Jan nuchter. “Misschien moeten satellietkantoren evolueren naar co-working en kruisbestuiving tussen overheid en privé. Niets is voor altijd.

Wat innovatie écht nodig heeft

Wanneer Jan terugkijkt, klinkt hij niet bitter. Wel helder.

De grootste fout was dat er geen vervolg voorzien was. Geen innovatieproces, geen budget om beloftevolle oplossingen verder te begeleiden en te testen.

Volgens hem had de organisatie klaar moeten staan met een volgende stap: ruimte om te experimenteren, te evalueren en pas daarna op te schalen.

“Men had ons kunnen vragen om onze business case verder uit te werken en een piloot op te zetten. De investeringen waren minimaal: wifi en een ruimte van 40 of 50 m². Dat was perfect mogelijk.”

Innovatie hoeft niet groots of duur te zijn, maar vraagt wel een bewuste keuze. 

Je kan niet innoveren zonder te investeren. Innoveren hoeft niet duur te zijn, maar het idee dat innovatie niets kost, is een illusie.

Daarnaast speelt cultuur een cruciale rol. Nieuwe ideeën voelen vaak bedreigend aan.

“Organisaties moeten voorstellen durven omarmen, ook als ze schuren. Zeker in het begin.”

Jan pleit ervoor om winnaars van innovatieprijzen minstens de kans te geven hun idee degelijk te onderbouwen en te testen, met begeleiding en middelen.

 “Als een business case positief is, waarom zou je je dan als organisatie niet engageren om verder te gaan?”

Een innovatiefonds ziet hij als mogelijke hefboom: niet als garantie op succes, maar als duidelijk signaal dat innovatie ernstig genomen wordt.

Een prijs die wel degelijk iets losmaakte

Ondanks alles kijkt Jan met trots terug. “Ik ben nog altijd fier dat Saartje en ik de eerste federale innovatieprijs hebben gewonnen.”

Laurent Vrijdaghs en Jan Mathu samen met Minister Vanessa Matz.

De prijs gaf zijn carrière een duw. Hij werd betrokken bij projecten rond New Ways of Working, nam deel aan stuurgroepen en groeide uit tot erkend expert. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de organisatie die het project ooit als bedreigend zag: de Regie der Gebouwen. Vandaag ondersteunt hij er zelf innovatie.

“Innovatie was geen rechte weg. We hebben enorm veel obstakels moeten overwinnen, ondanks het krijgen van die prijs. Dat zou in de toekomst anders moeten.”

Zijn boodschap is helder en tijdloos:

Als we willen dat innovatie werkt in de overheid, dan moeten we ze sneller maken, beter ondersteunen en durven investeren. Anders blijven we prijzen uitreiken voor ideeën die nooit echt landen.

Misschien is dat wel de belangrijkste les. Niet dat innovatie moeilijk is, maar dat goede ideeën pas echt impact hebben wanneer ze ook een plek krijgen om te groeien.


Jan Mathu is Directeur Stafdiensten bij de Regie der Gebouwen.

In 2011 won hij samen met Saartje Van Wambeke de allereerste federale innovatieprijs, toen georganiseerd onder de naam “Mission Possible”, met het initiatief rond satellietkantoren voor federale ambtenaren.

Dat was een vroeg experiment met nieuwe manieren van werken.

Sindsdien bleef hij actief betrokken bij innovatieprojecten binnen de federale overheid, onder meer rond New Ways of Working en organisatieontwikkeling.

Vanuit zijn huidige rol ondersteunt hij initiatieven die samenwerking, efficiënt ruimtegebruik en toekomstgericht werken binnen de overheid versterken.