Impact door een verankerde innovatie strategie.

In Let’s Talk Innovation delen experts, beleidsmakers en innovators hun visie en inzichten over innovatie. Ontdek inspirerende gesprekken over trends, uitdagingen en baanbrekende oplossingen die de toekomst van de publieke sector vormgeven.
De ambitie van Enabel:
Impact door een verankerde innovatiestrategie.
Van expert naar facilitator. Hoe bouw je als overheidsorganisatie een echte innovatiestrategie uit?
| door Nido. 9 april 2025
Tweeënhalf jaar geleden stond innovatie bij Enabel nog in de marge. Vandaag is het een speerpunt, gedragen tot op het hoogste niveau. Toon Driesen, Manager van de Innovation Hub, blikt terug op een groeitraject met vallen en opstaan. Hij vertelt hoe Enabel evolueert van losse ideeën naar een gestructureerde aanpak met impact op schaal.

Wat is er veranderd sinds jullie in 2022 voor het eerst jullie innovatiestrategie kwamen toelichten tijdens Nido’s Let’s Meet?
Toon: Als ik vergelijk met twee jaar geleden, hebben we echt grote stappen gezet. Toen had ik nog geen officieel mandaat – ik stond zelfs niet op het organogram. Innovatie was iets dat erbij kwam, iets waar ik me mee bezighield zonder formele rol. Maar nu is er een gedragen innovatiestrategie. We hebben een beleidskader dat gevalideerd is door het management en we krijgen echt sponsorship op verschillende niveaus.
We zijn met directeurs en mensen op het terrein gaan samenzitten: wat hebben we nodig om verandering in gang te zetten? Daaruit kwamen drie grote pijlers.

Eén: ons interne innovatiebeleid, waarbij we inzetten op het futureproof maken van onze organisatie, barrières wegnemen, onze processes en procedures aanpassen om innovatie mogelijk te maken.
Twee: de integratie van innovatie in onze projecten, over sectoren heen.
En drie: onze centrale Innovation Hub, die ik leid, met een team van tien mensen in Brussel. Wij focussen op het scouten en ondersteunen van impactvolle innovaties met opschalingspotentieel.
Vroeger was ik de enige met een innovatierol, maar zonder mandaat. Nu is innovatie verankerd in het hele huis.
Wat doet de Innovation Hub precies?
Toon: We beheren momenteel een portefeuille van 23 innovatieprojecten, goed voor ongeveer 7,5 miljoen euro. Die projecten zijn gekozen via open projectoproepen, waarbij we selecteren op drie criteria: innovatief, schaalbaar en impactvol. We geven niet alleen subsidies, we bieden ook technische ondersteuning om hun scaling pathway (nvdr: het traject dat een innovatie aflegt om van kleinschalig experiment tot brede toepassing te groeien) te versnellen. In april brengen we die projectteams bijvoorbeeld samen in Kampala om concreet te bepalen hoe hun project op grotere schaal kan worden uitgerold.

Een belangrijk thema binnen die projectoproepen is digitalisering. Er zijn al enorm veel technologische en digitale oplossingen beschikbaar, maar de uitdaging is: hoe krijgen we die sneller geïmplementeerd op het terrein? Vaak zit de oplossing niet in het bedenken van iets nieuws, maar in het versnellen van bestaande tools en praktijken. Dat is precies waar het programma Wehubit een sleutelrol in speelt.
Wehubit werd in 2018 opgestart met 10 miljoen euro Belgische financiering, specifiek om digitale sociale innovaties op te schalen. In een tweede fase hebben we dit model gebruikt als hefboom om Europese financiering aan te trekken. Intussen beheren we via vier grote EU-programma’s een extra portefeuille van bijna 13 miljoen euro. Dat toont dat het model werkt: met een duidelijke visie, een ambitieus startbudget en een sterk concept kan je een grote hefboom creëren én je aanpak breed inzetten.

We willen niet bij pilootprojecten blijven hangen. Onze ambitie is om impact op schaal te realiseren. Tegen eind 2026 organiseren we een groot strategisch event rond scaling innovation (het opschalen van sociale innovaties), samen met internationale en Belgische partners. We willen leren van die 23 projecten: wat werkt, wat niet?
Hoe dragen deze projecten uiteindelijk bij aan duurzame transities? En hoe veranker je innovatie structureel in organisaties? Dat is ons einddoel.
Een goed businessmodel is vaak veel schaalbaarder dan een subsidieafhankelijk project.
Welke obstakels ondervinden jullie bij het stimuleren van innovatie?
Toon: Bureaucratie. Ik zeg vaak: om één euro uit te geven, moet je er eerst tien insteken aan tijd. Onze procedures zijn niet gemaakt voor innovatie, maar voor het aankopen van balpennen. Alles is gericht op wantrouwen. Voor je een subsidieovereenkomst mag tekenen, moet je soms bijna een huisbezoek doen. Maar die procedures geven ons een vals gevoel van zekerheid. Uiteindelijk moeten we ons afvragen: hebben we impact gecreëerd? Niet: hebben we alle vakjes afgevinkt?



Dat maakt het ook moeilijk om nieuwe of kleinere spelers te bereiken. Onze eligibility criteria (nvdr: de voorwaarden waaraan kandidaten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor financiering of deelname) zijn streng, waardoor we te vaak bij de usual suspects belanden. Daarom zoeken we nu naar flexibelere instrumenten zoals coaching, mentoring en innovatieve aanbestedingen. We willen experimenten inkopen in plaats van klassieke subsidies te geven. Zo kunnen ook kleinere organisaties of start-ups makkelijker meedoen.
Onze aanbestedingsprocedures zijn gemaakt om balpennen te kopen, niet om innovatie te stimuleren.
Wat betekent dat voor de rol van Enabel zelf?

Toon: We moeten af van het idee dat wij als experten altijd de oplossing hebben. Dat is onze historiek – de Belgische Technische Coöperatie. Maar die rol verschuift. We zijn geen uitvoerder meer, maar facilitator. De oplossing is vaak al ergens aanwezig. Wij kunnen publieke middelen inzetten als hefboom, partnerschappen smeden, versnelling brengen. Maar we hoeven het niet allemaal zelf te bedenken.
Die verandering is essentieel, zeker als je kijkt naar de innovatiekracht in partnerlanden. Neem Kenia en Tanzania bijvoorbeeld: daar kunnen mensen al sinds 2007 financiële transacties uitvoeren via een simpele sms. M-Pesa heet het systeem. Het is ontwikkeld in Kenia en heeft in razendsnel tempo miljoenen mensen toegang gegeven tot financiële diensten. Wij moesten tot 2016 wachten voordat we met Payconiq een app kregen die enigszins vergelijkbaar gebruiksgemak biedt.
Die landen zijn vaak creatief en ondernemend uit noodzaak. We moeten die realiteit veel meer erkennen. Internationale samenwerking moet tweerichtingsverkeer zijn. Wij kunnen leren van hen, zij van ons.
En hoe zie je de rol van Belgische bedrijven in dit verhaal?
Toon: We zoeken bewust de link met sociale ondernemingen en commerciële spelers die schaalbare modellen hebben. NGO’s zijn belangrijk, maar werken vaak zonder businessmodel. Als je echt systeemimpact wilt, heb je duurzame, schaalbare oplossingen nodig.

Daar kunnen Belgische bedrijven een rol spelen, zeker als ze technologie of kennis meebrengen die ook in partnerlanden relevant is. Die koppeling willen we versterken.
We zien ook dat bedrijven vaak sneller kunnen schakelen. Als publieke organisatie moeten we dan nadenken: hoe kunnen wij hen ondersteunen zonder hen te overbelasten met procedures?
Wij moeten de hefboom zijn, niet de bron van alle antwoorden.
Wat maakt voor jou het verschil in het welslagen van jullie strategie?
Toon: Leiderschap en mensen. Sinds onze nieuwe CEO Jean Van Wetter aan boord is, waait er een andere wind. We trekken nu ook atypische profielen aan – mensen met andere achtergronden, frisse ideeën. Maar bovenal: innovatie vraagt intrapreneurs, mensen die kansen zien en durven. Als zij zich gesteund voelen, ontstaat er iets.
En natuurlijk meten we impact. Niet alleen omdat onze donoren dat vragen, maar omdat we het zelf willen weten: hoeveel mensen hebben we bereikt, wat was de waarde per geïnvesteerde euro, wat heeft echt gewerkt?
Innovatie is geen doel op zich. Het is een manier om sneller en beter tot duurzame impact te komen.

In dit gesprek deelt Toon Driesen hoe Enabel haar innovatiestrategie uitbouwde van een losse rol tot een organisatiebreed beleid. De oprichting van een centrale Innovation Hub, gecombineerd met interne verankering en externe projectoproepen, maakt dat innovatie vandaag structureel en impactgericht aangepakt wordt.
Toon benadrukt dat Enabel zich steeds meer positioneert als facilitator en verbinder, in plaats van expert met pasklare antwoorden. Innovatie vraagt flexibiliteit, partnerschappen en vertrouwen – ook van de overheid. Of, zoals hij het zelf zegt: “Wij moeten de hefboom zijn, niet de bron van alle antwoorden.”